Sterke vleugels en vlinders in je buik

Als de kinderen uit Meikes groep arriveren, vliegen de meesten direct af op ons vlinderhuis om te kijken hoe het ermee gaat. Vol verwondering volgen ze van dichtbij hoe de levenscyclus van ei tot rups, pop en vlinder verloopt. En daar wordt iedereen blij van. Want door de vlinders te verzorgen en de natuur te helpen, zorgen we ook voor onszelf.

Bij DNKRS leer je hoe je je vleugels kunt uitslaan. Daarbij krijgen we hulp van onze groot koolwitjes.

De kinderen zitten aandachtig rond het glazen vlinderhuis en kijken naar wat er gebeurt en wat er sinds de vorige keer is veranderd. Ze tellen de poppen die aan de glazen wand hangen, bekijken de eitjes en de rupsen op het koolblad en met een beetje geluk zien we zelfs een vlinder ontpoppen.

Meike kijkt met evenveel verwondering mee en al snel ontstaan er mooie gesprekken.

“Zou het koolwitje zo heten omdat de rups zo graag koolblad eet?”
“Wist je dat een koolwitje ook brandnetels eet?”
“Mensen eten ook weleens brandnetels. Mijn moeder maakt brandnetelthee.”
“Brandnetelkaas is ook heel lekker.”
“Het kan zomaar zijn dat je dan per ongeluk een eitje van een vlinder mee-eet.”

Laurens roept: “Dan heb je vlinders in je buik!” We lachen.

De vlinders laten ons op een beeldende manier zien dat verandering tijd kost. Elke fase is nodig om uiteindelijk te kunnen vliegen. De inspanningen – en soms worstelingen – die een rups levert om uit zijn cocon te breken, maken zijn vleugels sterk. Dat proces is nodig en kan niet door een ander worden geforceerd. Alles komt tot bloei wanneer de tijd rijp is.

En zodra de vleugels sterk genoeg zijn om te vliegen, laten wij ze vrij… natuurlijk.

Linda